Zakgeld per leeftijd loopt meestal op naarmate een kind ouder wordt. Als praktische schatting voor 2026 kun je denken aan ongeveer € 1 tot € 2 per week voor een kind van 6 jaar en € 12 tot € 20 per maand voor een kind van 12 jaar. Het passende bedrag hangt vooral af van wat je kind er zelf van betaalt en wat je als ouder kunt missen.
Er bestaat geen verplicht bedrag. In het overzicht hieronder staan voorbeelden om je op weg te helpen, geen vaste normen of gemeten gemiddelden.
Overzicht van zakgeld per leeftijd
De bedragen zijn globale schattingen voor 2026. Ze zijn bedoeld als startpunt voor zakgeld voor persoonlijke extraatjes. Moet je kind er ook grotere of noodzakelijke uitgaven van betalen, dan kan een hoger bedrag nodig zijn.
| Leeftijd | Geschat zakgeld in 2026 |
|---|---|
| 6 jaar | Rond € 1 tot € 2 per week |
| 7 jaar | Rond € 1 tot € 2 per week |
| 8 jaar | Rond € 1,50 tot € 2,50 per week |
| 9 jaar | Rond € 2 tot € 3 per week |
| 10 jaar | Rond € 2 tot € 3 per week |
| 11 jaar | Rond € 2,50 tot € 3,50 per week |
| 12 jaar | Rond € 12 tot € 20 per maand |
| 13 jaar | Rond € 15 tot € 25 per maand |
| 14 jaar | Rond € 20 tot € 30 per maand |
| 15 jaar | Rond € 25 tot € 35 per maand |
| 16 jaar | Rond € 30 tot € 40 per maand |
| 17 jaar | Rond € 35 tot € 50 per maand |
| 18 jaar | Rond € 40 tot € 60 per maand |
Je hoeft het bedrag niet op iedere verjaardag te verhogen. Kijk liever of het nog past bij de afspraken en de uitgaven van je kind. Ook een lager bedrag kan passend zijn als je zelf de meeste kosten betaalt.
Hoe vergelijk je bedragen per week en per maand?
Een weekbedrag kun je niet precies naar een maandbedrag omrekenen door het met vier te vermenigvuldigen. Een jaar heeft namelijk 52 weken, verdeeld over 12 maanden. Vermenigvuldig het weekbedrag daarom met 52 en deel de uitkomst door 12.
Bijvoorbeeld: € 3 per week is op die manier gemiddeld € 13 per maand. Geef je € 12 per maand, dan komt dat neer op gemiddeld ongeveer € 2,77 per week. Het helpt om zulke bedragen eerst om te rekenen voordat je ze vergelijkt.
Welk bedrag past bij jouw kind?
De leeftijd geeft richting, maar zegt niet alles. Twee kinderen van dezelfde leeftijd kunnen een ander bedrag krijgen omdat ze andere kosten zelf betalen. Bespreek daarom eerst waarvoor het zakgeld bedoeld is.
- Alleen extraatjes: betaalt je kind vooral snoep, kleine aankopen of iets leuks, dan kan een kleiner bedrag volstaan.
- Meer eigen uitgaven: betaalt je kind ook cadeaus of uitstapjes, houd daar dan rekening mee bij het kiezen van het bedrag.
- Wat je kunt missen: geef een bedrag dat in je eigen budget past. Je hoeft niet mee te gaan met wat andere ouders geven.
Een vast bedrag op een vast moment maakt het duidelijk hoeveel je kind te besteden heeft. Is het geld eerder op, bespreek dan wat er is gebeurd voordat je zomaar extra geeft. Zo blijft het bedrag ook echt een grens om mee te oefenen.
Wat zeggen gemiddelde bedragen?
Een gemiddelde kan helpen bij het vergelijken, maar is niet automatisch een goed bedrag voor jouw kind. In onderzoek waarover in 2025 is gepubliceerd, kwam het gemiddelde zakgeld van ondervraagde scholieren uit op € 40 per maand. Dat bedrag geldt voor de onderzochte groep als geheel, niet voor elke leeftijd afzonderlijk.
Let bij andere overzichten op het onderzoeksjaar en op de vraag of het om een week- of maandbedrag gaat. Controleer ook of duidelijk is wat kinderen van dat geld betalen. Zonder die informatie is een vergelijking minder bruikbaar.
Veelgestelde vragen over zakgeld per leeftijd
Moet zakgeld ieder jaar omhoog?
Nee. Een verhoging kan passen als je kind meer zelf betaalt, maar is geen verplichting. Je kunt het bedrag ook gelijk houden zolang het nog bij de afspraken past.
Wat als mijn kind meer krijgt dan leeftijdsgenoten?
Dat hoeft geen probleem te zijn. Kijk vooral of je kind meer kosten zelf betaalt en of het bedrag binnen jouw budget past. Een vergelijking met een vriendje vertelt niet welke afspraken daar thuis gelden.
Wat als mijn kind het zakgeld snel uitgeeft?
Bespreek welke keuzes je kind heeft gemaakt en hoeveel tijd er nog is tot het volgende betaalmoment. Je kunt samen nagaan of het bedrag past bij de afgesproken uitgaven, zonder elke keer het tekort aan te vullen.
Gebruik het overzicht als vertrekpunt en spreek af wat je kind van het bedrag betaalt. Bekijk daarna af en toe of het zakgeld nog past bij de leeftijd én de uitgaven.