De gulden was de Nederlandse munteenheid voordat de euro kwam. Je betaalde ermee met munten en bankbiljetten. Een gulden bestond uit 100 cent en werd meestal aangeduid met het teken ƒ.
Op 1 januari 2002 nam de euro de plaats van de gulden in. De vaste omrekenkoers is ƒ 2,20371 voor € 1. Daardoor is ƒ 1 omgerekend ongeveer € 0,45.
Waar komt de naam gulden vandaan?
De naam gulden hangt samen met het woord ‘gouden’. In Florence verscheen in 1252 een gouden munt: de fiorino d’oro, ook wel florijn genoemd. Die munt werd een voorbeeld voor gouden munten in andere delen van Europa.
Ook de Nederlandse naam ‘gulden florijn’ verwijst naar die Florentijnse munt. De letter f in het teken ƒ komt van het woord florijn. De Nederlandse gulden heeft in de loop van zijn geschiedenis verschillende vormen gehad en was niet altijd van goud gemaakt.
De gulden en zijn onderverdeling
Een gulden was verdeeld in 100 cent. Voor kleinere bedragen gebruikte je centen. Veel munten hadden een eigen naam, die vaak ook in het dagelijks leven werd gebruikt.
- Een cent: 1/100 gulden.
- Een stuiver: 5 cent.
- Een dubbeltje: 10 cent.
- Een kwartje: 25 cent.
- Een rijksdaalder: 2,50 gulden.
Met vier kwartjes had je samen één gulden. Tien dubbeltjes waren ook een gulden waard. Een rijksdaalder was gelijk aan twee gulden en een halve gulden.
De gulden zelf had ook een bijnaam: een piek. Zei iemand dat iets vijf piek kostte, dan bedoelde die persoon vijf gulden. Voor honderd gulden werd ook de naam ‘meier’ gebruikt.
Hoe zag Nederlands geld eruit?
Tijdens het guldentijdperk veranderden het uiterlijk en het materiaal van het geld. Op munten stonden onder meer afbeeldingen van Nederlandse staatshoofden. Het jaartal op een munt geeft aan in welk jaar die is geslagen.
De Nederlandsche Bank (DNB) begon in 1814 met het uitgeven van bankbiljetten. De eerste biljetten werden ‘roodborstjes’ genoemd. Ze waren er alleen voor grote bedragen. Het kleinste biljet was 25 gulden, destijds een groot bedrag.
Latere Nederlandse bankbiljetten kregen opvallende kleuren en afbeeldingen. Ontwerper R. Oxenaar gaf verschillende biljetten een herkenbaar uiterlijk. Zo kwam op een biljet van 100 gulden een watersnip te staan. Daardoor werd dat biljet ook ‘de snip’ genoemd.
Wat kun je nog met guldens doen?
Met guldens kun je niet meer in winkels betalen. Oude guldenmunten kun je ook niet meer bij DNB inwisselen. Sommige guldenbiljetten kun je nog tot 2032 bij DNB omwisselen. Controleer vooraf bij DNB of jouw biljet daarvoor in aanmerking komt.
Oud geld kan daarnaast verzamelwaarde hebben. Die waarde is niet hetzelfde als de vroegere waarde op de munt of het biljet. Onder meer de uitvoering en de staat spelen mee. Bewaar je een oud exemplaar, maak het dan niet zomaar schoon: schoonmaken kan de verzamelwaarde verminderen.
Veelgestelde vragen over de gulden
Wat was de bijnaam van de gulden?
Een bekende bijnaam was ‘piek’. Eén piek was één gulden. Het woord werd ook gebruikt voor bedragen van meerdere guldens.
Hoeveel cent zat er in een gulden?
Een gulden bestond uit 100 cent. Een kwartje was 25 cent en dus een kwart gulden.
Wat krijg je omgerekend voor 100 gulden?
Volgens de vaste omrekenkoers is 100 gulden ongeveer € 45,38. Dat bedrag zegt niet wat je vroeger met 100 gulden kon kopen of wat een oud biljet voor een verzamelaar waard is.
Vind je thuis nog guldens, kijk dan eerst of je munten of biljetten hebt. Voor munten en biljetten gelden namelijk verschillende regels voor inwisselen.